vzw RESTART Ferries Oostende

Voor een volle haven

Waarom moet de vismijn blijven?

 

Op 14 oktober 2013 leverde de stad Oostende een sloopvergunning af voor de vismijn. De dienst Erfgoed en Monumenten West-Vlaanderen gaf een negatief advies voor deze sloop. Toch wil de stad Oostende dit gebouw afbreken zonder duidelijke toekomstvisie.

De oude Vismijn is een pareltje van industrieel erfgoed aan onze kust, dergelijk gebouw is beeldbepalend en mag niet verloren gaan. Er zijn mogelijkheden tot renovatie en opwaardering. De vismijngebouwen hebben een hoge locuswaarde en zijn dus erfgoedkundig zeer waardevol. Door de sloop zou een deel van het bouwkundig erfgoed van Oostende onherroepelijk verloren gaan.”
Het is absoluut niet zo dat het behoud van de oude vismijn een nieuwe vismijn in de weg staat. De huidige vismijn is nog steeds perfect in orde met alle reglementeringen.

 

Veelgestelde vragen

 

De oude vismijn mag niet verloren gaan. Het is een pareltje van maritiem industrieel erfgoed. De gebouwen zijn beeldbepalend en zijn de getuigenis van het rijke maritieme verleden van Oostende en zijn Oosteroever.
De vismijn gebouwen staan op de Inventarislijst Bouwkundig Erfgoed.*
Omdat de vismijn nog niet het officiële beschermingsstatuut genoot, diende de vzw Oostendse Oosteroever in september 2013 een aanvraag in voor bescherming. Verbazend snel en zonder één zinnig argument verworp minister Bourgeois de aanvraag. Even snel diende de Vlaamse Visveiling een sloopaanvraag in en op 14 oktober gaf het Oostends stadsbestuur een sloopvergunning af.

De vzw Oostendse Oosteroever tekende beroep aan tegen deze sloopvergunning bij de Bestendige Deputatie. Het bezwaar werd onder de mat geveegd en momenteel loopt een volgende procedure bij de Raad voor Vergunningsbeslissingen. Voor dit bezwaar sloegen de vzw Oostendse Oosteroever en vzw Dement de handen in elkaar.

Een sloop werd door de dienst Erfgoed en Monumenten negatief beoordeeld wegens te waardevolle gebouwen, maar Oostende negeert dit advies volledig.

*(ID & Lambertcoördinaten R 56844 Stedelijke Vismijn Sprotplein zonder nummer (49649.511 214623.795))
 

De vismijn van Oostende maakt vandaag al meer dan vijftig jaar deel uit van de haven. Haar schadebeeld is miniem gebleven en de materialen hebben de blootstelling aan het agressief zeeklimaat en de roetdampen van het verkeer goed doorstaan. De vismijn werd goed ontworpen en de constructie is aangepast aan het zeeklimaat.

De betonnen structuur vertaalt het robuuste karakter van de Noordzee en is een belangrijk onderdeel van het gebouw. De structuur werd zichtbaar gelaten wat beeldbepalend. Ondanks het feit dat de betonnen kolommen en balken al vijftig jaar blootgesteld zijn aan de ruwe weersomstandigheden verkeren ze nog steeds in zeer goede staat.

Het gebouw heeft een beeldbepalende functie in de haven en bezit veel kwaliteiten die door het streven naar de Europese voedselveiligheidsnormen verloren zijn gegaan.

Door enkele eenvoudige ingrepen kan het gebouw in haar oorspronkelijke grandeur hersteld worden.

Neen natuurlijk niet. Als er al een nieuwe vismijn gebouwd zal worden, dan wordt het een veel kleiner gebouw. De Vlaamse Visveiling spreekt over een vismijn van 50m op 60m (3.000 m2). De huidige vismijn van 11.500 m2 willen afbreken om eentje in de plaats te zetten dat ongeveer 70% kleiner is.. hier klopt iets niet.
Een nieuwe vismijn kan gelijk waar in de haven gebouwd worden, en hoeft dus niet 'toevallig' op dezelfde plaats gezet worden.
Ook is het geenszins ergens bepaald dat een nieuwe vismijn exact op dezelfde plaats van de huidige vismijn moet gebouwd worden. Men komt vaak onterecht met dit excuus op de proppen. In de erfpachtovereenkomst tussen Vlaanderen en de NV. Vlaamse Visveiling staat er dat men verplicht is een vismijn te bouwen op de bestaande site. Maar de bestaande site die in erfpacht werd gegeven is de ganse landtong en niet enkel het bestaande vismijn(hoofd)gebouw: de nieuwe hoeft dus helemaal niet op de plaats van de huidige te komen!
De stelling dat een integratie van de nieuwe mijn in de oude gebouwen onmogelijk is tot op vandaag nog nooit onderzocht en aangetoond geweest.

Oostende lijkt meer en meer op andere steden, en steeds minder op haar unieke zelf. Zonder enige visie verbouwt men onze stad voor denkbeeldige toeristen, of een elite. Men laat na in te spelen op de menselijke behoefte om een écht leven te leiden in een échte diverse stad.Het bestuur vergeet dat de geschiedenis de totale som is van de dingen die hadden kunnen vermeden worden.


De Noordzee heeft onophoudelijk de evolutie van de stad bepaald. De vissershaven is lange tijd de grootste van de Vlaamse kust geweest. De markante verspreide combinatie van scheepswerven, vismijn en droogzetting-installaties biedt een zeldzame kwaliteit in vergelijking met andere havens.
Het vismijngebouw vormt door zijn bijzondere architectuur de attractiepool midden deze verspreide combinaties van waardevolle jong maritieme relicten. Zij heeft een beeldbepalende functie die het kloppend hart weerspiegelt van een sociaal en economisch verleden in een bruisende vissershaven uit de 20ste eeuw. De vismijn vormt zo het cultureel geheugen van de stad Oostende.

In tegenstelling tot de gemakkelijkste oplossing van de projectontwikkelaars en het stadsbestuur, laat een monument als de vismijn geen improvisatie en artistieke willekeur toe. In haar huidige vorm zou het gebouw perfect de noden en eisen van de hedendaagse maatschappij kunnen verzoenen met de historische waarde.

Binnen haar herbestemming zou de vismijn bijvoorbeeld door een innovatieve en creatieve invulling terug in waarde kunnen hersteld worden. De authenticiteit van een buurt wordt immers bepaald door haar experimentele karakter. De multidisciplinaire aanpak van een kleinschalig sociaal leven in combinatie met de visserij op de Oosteroever, zou zeker de culturele armoede van een gebrekkige stadsontwikkeling tegen kunnen gaan. Oostende heeft deze kruisbestuiving nodig!
Tevreden zijn met wat men heeft is de grootste en meest zekere rijkdom. Het behouden, het geven van betekenis, spaarzaam en duurzaam omgaan met waardevolle bouwkundig en landschappelijk erfgoed heeft op de eerste plaats een menselijke waarde. Geloofwaardige politieke acties steunen evengoed op authenticiteit. Het erkennen van de vismijn als belangrijk lokaal maritiem erfgoed zou de stad Oostende kunnen bevrijden uit de onverschilligheid van een homogene belevingseconomie. Het volledig bouwwerk in waarde herstellen en zo haar oorspronkelijk uitzicht teruggeven zou daadwerkelijk betekenen een boom te planten voor komende generaties.

De vismijn werd opgebouwd uit een baksteen met gele kleur. Op basis van die kleur en de locatie van het gebouw, kan er verondersteld worden dat de baksteen uit polderklei werd gebakken. De polderklei bevat een grote hoeveelheid kalk waardoor de steen geel bakkend is.
De afmetingen van de steen zijn 210 – 70 – 40mm, wat bijzonder groot is voor een baksteen. Het metselverband dat gebruikt werd voor het complex is een halfsteens verband en de toegepaste voeg is een schaduwvoeg of een schuine voeg. De voeg krijgt deze naam omdat er bij zonlicht een schaduwvorming op de gevel zichtbaar is. Het voordeel van de schuine voeg is dat er geen waterstagnatie kan plaatsvinden met als gevolg ook geen mosvorming en dus ook geen degradatie van de gevel.
 

De plinten in de gevel zijn uit natuursteen opgebouwd. Deze ruwe steen contrasteert met de gladheid van de baksteen. De natuursteen is Emsiaankwartsiet.

Emsiaankwartsiet heeft een grote hardheid en grofkorreligheid waardoor het gebruikt wordt als ruwe breuksteen. Het gebruik beperkt zich tot 20e eeuwse monumenten gezien de grote afstand en de noodzaak van wegtransport. De steen werd vaak gebruikt voor gebouwen die een stoere uitstraling moesten hebben. Vandaar ook haar toepassing in het vismijncomplex, om het ruwe zeeklimaat weer te geven. De steen was betrekkelijk duur. Dit is waarschijnlijk de reden waarom ze beperkt werd tot de plint van het gebouw. Emsiaankwartsiet is zeer goed vorstbestendig en heeft een druksterkte van 240 N/mm2.

Mocht de visserij activiteit gedeeltelijk of volledig elders in de haven gaan plaatsvinden dan kunnen mits wat creativiteit en goede wil onnoemelijk veel boeiende alternatieven verwezenlijkt worden.
De vismijngebouwen aanpassen voor een nieuwe bestemming kan trouwens nooit zoveel kosten als een nieuwbouw.


Enkele goede ideeën doen al de ronde.

  • Maritiem museum. Oostende wacht al lang op het beloofde maritiem museum. Als een stuk authentieke vismijn hiervoor niet het ideale kader is, dan mag je nog ver gaan zoeken. 
  • Marine Ecologisch centrum. Wil je de ruimte rond de vismijn verder recreatief of zelfs innovatief invullen? Graag! Wat een uitgelezen kans om in de vismijngebouwen een maritiem archeologisch centrum onder te brengen. Dit kan een unieke trekpleister worden voor Oostende. Ons onderwatererfgoed is erg omvangrijk en ongekend. Universiteiten staan te trappelen om hier aan mee te werken. Wist je dat er in de zandbanken voor onze kust al meer dan 300 wrakken geteld werden?
  • Sociale en culturele activiteiten. Het vismijngebouw biedt zeker mogelijkheden voor het organiseren van beurzen. Het kan ook ruimte bieden voor bv. kunstateliers.
  • Ruimte voor de KMO. De kleine en Middelgrote ondernemingen hebben het heel moeilijk om geschikte ateliers of opslagruimte te vinden. De vismijn kan ook voor hen een mooie oplossing bieden.

 


 

Inderdaad. Met vele miljoenen euro's belastinggeld werden een aantal grote pakhuizen gerenoveerd. Sinds 2002 is ondermeer het VLIZ (Vlaams Instituut voor de Zee) en de UNESCO er gehuisvest in de prachtige ruimtes van de vernieuwde pakhuizen. Voor het stadsbestuur was het geen probleem om ook hiervoor een sloopvergunning te geven.

Opnieuw duidelijk een bewijs dat een duurzame visie over de uitbouw van de haven totaal ontbreekt.

Dit is een onbegrijpelijke obsessie van Johan Vande Lanotte.
Het fabeltje dat er extra ruimte nodig is in de haven blijft men maar gebruiken. Voor containers, voor windmolens.. er werden al 6 drogredenen opgegeven tot nu toe.
Er is geen plaatsgebrek in de haven. Men liet toe dat De Lijn zijn nieuwe stelplaats in de haven bouwde en men maakte de afbakening van het havengebied vorig jaar 1/3 kleiner.
Langs de Hendrik Baelskaai kleurde men de helft om van havengebied naar woonzone.
Dit doe je natuurlijk niet mocht er echt plaatsgebrek zijn. De echte reden om het Visserijdok gedeeltelijk te dempen? Vastgoed!

Klopt.
Je houdt het amper voor mogelijk maar in de Oostendse haven wil men scheepswerven afsluiten van het water.
Deze garagisten van de Noordzee worden al lang bestookt met weinig aanlokkelijke voorstellen om op te krassen en te verhuizen. Naar de achterhaven bijvoorbeeld.
Even absurd als een tankstation langs de Torhoutsesteenweg verplichten om te verhuizen naar de Kapellestraat.

De snode plannen zijn om het Visserijdok dicht te gooien van het begin van de Hendrik Baelskaai tot  aan de Liefkemorestraat . Het Visserijdok is 820m lang en hiervan wil men 340 meter dempen. Meer dan 40% van het Visserijdok zou dus verdwijnen. Dempen= grond creëren=bouwgrond=(bedrijfs)immobiliën. Het is dan ook geen toeval dat het verstedelijkt gebied ingekleurd werd tot net voorbij de Liefkemorestraat.. Is men dan bezig met de haven of eerder met vastgoed volgens jou? 

 

Blijf op de hoogte van onze acties. Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven.
captcha 
We houden je op de hoogte van onze boeiende strijd.

Winkelwagentje

 x 

Winkelwagen is leeg

steun ons

U kan ons ook steunen door een gift op onze rekening: BE08 9731 2603 9713 van vzw Restart



Algemene info